Pioniers van het vrijzinnig-humanisme in Vlaams-Brabant: Britt Ballings

Britt Ballings

22 aug. 2022




‘Wie zijn verleden niet kent, is gedoemd om het eeuwig te herhalen’, zei de Amerikaanse f ilosoof Santayana. Met 50 jaar U.V.V. in het achterhoofd kijken we met onze nieuwe reeks ‘Wijs, grijs en vrijzinnig” in de achteruitkijkspiegel van het vrijzinnig humanisme. Dat doen we door de ogen van enkele pioniers in Vlaams-Brabant. In een reeks artikelen laten we hen aan het woord. Voor een kijk op wat geweest is en een blik op wat kan komen. Stuk voor stuk persoonlijke getuigenissen. Vrijzinnige mémoires.


‘Jij lijkt op ons!’

Ik ben geboren in Antwerpen in 1958, het jaar van de expo. Mijn ouders waren absoluut niet gelovig. Mijn moeder had gezworen dat ze haar kind nooit aan dezelfde psychologische machtsspelletjes wilde blootstellen als deze die zij zelf had moeten ondergaan ‘bij de nonnen’. Dus ging ik naar de gemeenteschool in Hoboken waar ik, om mijn grootmoeders te plezieren, tot aan de communies godsdienst moest volgen. Dat leidde vaak tot conflicten met de leerkracht. Ik briefte mijn moeder altijd over haar uitspraken in de klas. Moeder gaf daar dan vlammende commentaar op, die ik meteen terugkaatste naar de leerkracht. Zo had de leerkracht ooit gezegd dat wij waren geschapen naar het evenbeeld van God. Dat vond mijn moeder niet kunnen. ‘Dat is een leugen’, zei ze. ‘Jij lijkt op ons!’


Als kind waren er voor mij vier prioriteiten: dieren, muziek, schrijven en wetenschap, met name scheikunde. Ik wilde dierenarts worden of laborant. Ik had mijn eigen labo, eerst in de kelder, maar na enkele incidentjes deden mijn ouders mij uitwijken naar de garage.


Ik kreeg mijn eerste single toen ik zes was en de verzameling en mijn muziekkennis groeide snel. Dat kwam goed van pas bij mijn latere carrière als dj. Ik schreef ook al eigen liedjes met teksten die iets van Engels hadden en trad met ‘mijn groep’ op tijdens familiefeesten. Ook mijn fantasierijke opstellen vielen erg in de smaak.


Op mijn zestiende ging ik naar het Atheneum in Hoboken. Ik wist toen al dat ik in mijn leven niet genoeg tijd zou hebben om al de dingen te doen en kennen die ik wilde doen en kennen. De middelbare school was een periode van creëren, exploreren en geïnspireerd worden door een paar unieke leerkrachten. De keuze voor Latijn en later Grieks wakkerde mijn liefde aan voor de oudheid en Griekenland.


Ik hielp culturele avonden organiseren, vol met teksten van de groten der Lage Landen en schrijfsels van ons zelfverklaard ‘schrijverscollectief ’, opgericht door leerlingen uit het hoogste jaren, de ‘Nieuw 80’. Zo sleepte ik op het einde van het middelbaar de prijs voor ‘culturele prestatie’ in de wacht.


Leentje Cauberghs, onze leerkracht zedenleer, hielp ons f ilosoferen dat het een lieve lust was. Zowel tijdens de lessen als op avonden bij haar thuis. Zij maakte mij nog meer bewust van onrecht en discriminatie en het feit dat ik het moest opnemen voor de ‘underdog’. De rebel in mij was ontwaakt!


Uit de kast

Op het einde van het middelbaar wilde ik eigenlijk een muziek- en theateropleiding volgen maar thuis zagen ze dat niet zitten. Ik schreef me dan maar in voor Germaanse Filologie aan de toenmalige UFSIA in Antwerpen. Veel meer dan mijn favoriete studentenkroeg, een bijverdienste bij de studentencursusdienst en recensies in een alternatief muziektijdschrift leverde de opleiding niet op. Uiteindelijk mocht ik dan toch ingangsexamen doen op Studio Herman Teirlinck. Maar dat draaide uit op een sisser: ze vonden mij ‘lichamelijk ongeschikt’. Lees: niet slank genoeg. Meteen realiseerde ik mij wat voor een vrouwonvriendelijke en corrupte wereld die theaterwereld was.


Ik kwam die periode ook uit de kast, hoewel mijn ouders de huisarts nog vroegen mij te genezen, en zette mijn eerste stappen in de vrouwen- en lesbiennebeweging. Wat begon met enkele artikels, kreeg een totaal nieuwe wending toen het café onder mijn appartement op de Vrijdagmarkt een nieuwe uitbater zocht en ik besloot om er een open vrouwencafé van te maken. Dankzij een compromis konden mijn ouders zich uiteindelijk vinden in mijn keuze.


Wat eerst enkel Café Chatterbox was, zou mijn eerste vzw worden. De Antwerpse administratie wist geen blijf met een non-profitorganisatie die gehuisvest was in een huurpand van de brouwerij. We werden geacht voor elke vrijwillige tapster vijftienduizend Belgische Frank ‘Dienstertaks’ te betalen! Voor een kelner was dat zevenhonderd Frank. Pure discriminatie: een vrouw werd verondersteld klanten ‘uit te zuipen’ en een kelner niet. Laten we zeggen dat ze me snel beter hebben leren kennen bij de Antwerpse stadsdiensten. Hun ‘trauma’ zat op de duur zo diep dat ze, telkens als zij voor iets moesten langskomen, argwanend vroegen of ‘die Ballings’ daar nog altijd was.


Werken aan integratie

Café Chatterbox was uniek in zijn soort. In tegenstelling tot de meeste lesbienne- organisaties of vrouwenhuizen mochten er ook mannen binnen. Zo konden de vrouwen ook eens met een goede vriend, hun broer of hun vader iets komen drinken en eten. Wij vonden dat de vorming van getto’s de integratie niet ten goede kwam, integendeel. Wij organiseerden dus ook activiteiten waarvoor wij samenwerkten met alle volkscafés op de Vrijdagmarkt. Verder namen we deel aan grote gemengde volleybaltornooien en hadden we zelfs een eigen vrouwenmotorclub die welkom was in de lokalen van de stoerste mannenclubs. Omgekeerd kwamen die dan ook bij ons op bezoek. Integratie ten top.


Chatterbox vzw profileerde zich als een vrouwencultuurorganisatie en dat werd binnen de ‘serieuze’ vrouwenbeweging gezien als onbelangrijk tegenover alle primaire politieke kwesties. Dat zelfontplooiing aan de basis ligt van elke emanci- patiestrijd, werd toen niet naar waarde geschat. Nu pas, na meer dan veertig jaar, begint men het belang ervan in te zien.


Vanaf 1983 organiseerden we de eerste lesbiennedagen in Antwerpen met een volwaardig evenwicht tussen politiek en cultuur, en meestal mochten wij ook zorgen voor de culturele invulling van de vrouwendagen.


Met de start van de Chatterbox vzw in 1981 kwamen er tal van vrouwencultuurprojecten: een tijdschrift, tentoonstellingen, vrije radio, theateravonden, free podia, café chantants, het duo Joke en Britt, de vrouwenbands Mousetrap en Chatterboxcombo, … Ik maakte er allemaal deel van uit…





Puur en Ongezoet

In datzelfde jaar startte ik het vrouwencabaret Puur en Ongezoet waarin ik veel van mijn passies kon combineren: zingen, musiceren, teksten en muziek schrijven en maken, licht- en geluidstechnieken leren kennen, management, decorbouw, engagement, …


Puur en Ongezoet was zijn tijd ver vooruit. De nummers zijn ook vandaag nog brandend actueel. Om er een paar te noemen: ‘Uitstapje’ over Abortus, toen alleen nog in Nederland, ‘Verkeerd’ over ‘anders zijn’, ‘Wonde’ over partnergeweld, ‘In het getto’ over integratie, ‘Kleine Lies’ over kindermisbruik, ‘Ugly Woman Blues’ over het belang van uiterlijke schoonheid, ‘Ik ben het beu’ over jongens- en meisjesspeelgoed, en ‘Sprookjes van nu’ over onveiligheid.


We combineerden sketches en liedjes, ondersteund door een swingende rockband. We schuwden daarbij zeker ook zelfkritiek op de vrouwen- en lesbiennebeweging niet. Het project sloeg in als een bom na de première op de Vrouwendag in Antwerpen op 11 november 1981. We toerden met twee producties door België en Nederland.


Ons café werd doorgegeven aan een gerante, maar we bleven er wel nog regelmatig optredens doen. Uiteindelijk stopte Chatterbox vzw in 1987 met een groots slotfeest. Het handjevol voortrekkers dat overbleef, moest herbronnen. Ik besloot om een graduaat te gaan halen. De keuze viel op reclame en marketing. Hoewel de opleiding minder creatief gericht was dan ik had gehoopt en hoewel de amorele competitiviteit binnen de reclamewereld mij absoluut niet lag, stak ik in 1992 toch mijn diploma op zak en stortte mij opnieuw op mijn vrouwenbanddroom.


Onder de vleugels van Margriet Hermans




Met enkele topmuzikantes van Puur en Ongezoet ging ik op zoek naar waardige vrouwelijke evenknieën en enkele jaren later was ‘A Miss-ing Link’ en een nieuwe vzw, ‘The Miss-ing Link’, een feit. De ‘A’ duidde erop dat dit de eerste was van hopelijk veel goeie vrouwenbands die de vzw onder haar vleugels zou nemen. De vzw moest een link zijn tussen vrouwen en de muziekwereld. Onder het motto ‘niet de buitenkant maar het muzikaal talent telt!’, speelden we covers zodat mensen konden vergelijken met het origineel. We verspreidden geen foto’s maar cartoons en andere tekeningen van de band: we wilden niet dat de keuze van de organisatoren van uiterlijkheden zou afhangen.


Ik voelde me niet goed genoeg als muzikant dus hield ik mij bezig met het management. Eén contact in 1997 had onze toekomst kunnen veranderen. Margriet Hermans had ons gehoord tijdens een live uitzending van Radio 2 VlaamsBrabant en wilde ons als live huisorkest voor haar talkshow ‘Coupe Margriet’ op de Openbare Omroep. Die werd opgenomen in het Casino van Middelkerke.


Het werd een onvergetelijke ervaring. Die zomer en de zomer erna waren er heel veel optredens mét en zonder Margriet. Iedereen was onder de indruk van de prestaties van A Miss-ing Link. Maar zelfs met acht keigoede muzikantes en een uniek concept, beantwoordden we niet aan het beeld dat mensen hebben van een ‘meidengroep’. Luv, Babe of The Spice Girls waren we duidelijk niet. Margriet had dat door en wilde ons een kans geven, maar stilaan viel de droom aan diggelen.


Ondertussen was ik in een nieuw project van een totaal andere orde gestapt. Ik ging samenwonen met twee van mijn medemuzikanten, drumster Gerda Heynen en zangeres Sonia Pelgrims. We waren alle drie single, wilden een groter ‘woongebied’ en ook veel dieren. Na een aantal jaar huren, bouwden we samen een huis op maat van ons triumviraat.


Thuiskomen bij de vrijzinnige beweging

In april 1999 vond ik mijn droomjob in de Lange Leemstraat in Antwerpen, de nationale zetel van diverse vrijzinnige verenigingen.


Ik werd stafmedewerker bij OVM, de Oudervereniging voor de Moraal. Dat was als thuiskomen. Mijn job werd mijn hobby en omgekeerd. De Lange Leemstraat was mijn thuis waar ik tot in de late uurtjes bleef hangen. Meestal om te werken, maar ook om te verbroederen en verzusteren, te ventileren en te discussiëren met de beste collega’s die je je maar kan wensen.


Later verkaste ik via HVV (de Humanistsch Vrijzinnige Vereniging) naar het HV, het Humanistisch Verbond en kreeg ik Vlaams-Brabant onder mijn hoede.


In de loop der jaren mocht ik aan prachtige projecten (mee)werken zoals de Dagen van de Moraal, de Zedenleer Olympiade, VeelZIJdig, Feestbeurzen en zoveel andere.


Ik stond mee aan de wieg van de tot 2019 zeer actieve en succesvolle Vrijzinnige Vrouwen Tremelo-Keerbergen, dit samen met mijn twee huisgenoten en met Chantal Jacobs, Anne-France Ketelaer, Karin Lambrechts en Anne Vanhoegaerden.


Ook de Vrijzinnige Jeugdfeesten stalen mijn hart. Elk jaar zorgde ik in Vlaams- Brabant met plezier voor verslagen en foto’s of engageerde ik mij nog een stuk verder.


Ik woon ondertussen terug alleen en ben gestopt met werken, maar ik blijf vrijwilliger binnen HV Vlaams-Brabant, ben voorzitter van de provinciale geleding, bestuurslid van een tweetal feestcomités en fan van alle Vrijzinnige Feesten in Vlaams-Brabant. Dus ik ben nog steeds ‘in the running’, ‘happy single’ met 6 katten en vooral ‘alive and kicking’. Ik kan zeggen dat ik een gelukkig mens ben die elke dag druk bezig blijft en nog steeds zo veel mogelijk wil bijleren. Of zoals de baseline van het tijdschrift, ‘Wetenschap in beeld’ waarop ik geabonneerd ben, zegt: ‘Omdat ik nieuwsgierig geboren ben’.