Iedereen kan in armoede terecht komen

Greet Monstrey

20 aug. 2022

Uit rapporten over armoede in ons land, blijkt elk jaar opnieuw dat we slechte leerlingen zijn. Ons armoedecijfer daalt niet. Integendeel. Armoede is in opmars in Vlaanderen. Dat was ook de conclusie van de veertiende Armoedebarometer van Decenniumdoelen - een koepelorganisatie van vakbonden, ziekenfondsen en armoedeorganisaties.


De meest recente Armoedebarometer toont aan dat de armoede in Vlaanderen al sinds 2007 blijft hangen rond 10%. Ook op Belgisch niveau verandert er amper iets. Bovendien toont het rapport aan dat het aantal leefloners in 2020 fors gestegen is. Er zijn er nu 60.000 in Vlaanderen. Steeds meer mensen moeten gaan aankloppen bij de voedselbanken. Die zorgden in 2020 voor meer dan 175.000 voedselbedelingen.


Vooral werklozen, huurders en eenoudergezinnen hebben het moeilijk. De sterke stijging van de energiefactuur en het tekort aan betaalbare woningen wegen zwaar door. En er is heel wat nodig om het tij te keren. Een beter inzicht in de structurele oorzaken van armoede. Een overheidsbeleid dat hierop geënt is en dat prioriteit geeft aan armoedebestrijding. Maatregelen die kiezen voor de meest kwetsbare mensen. En vooral: een beleid dat armoede niet als een misdaad ziet, maar als een maatschappelijk probleem waar we een oplossing voor moeten zoeken.


Ik ging met twee collega’s van CAW Oost-Brabant voor Flamboyant rond de tafel zitten: Rudy is algemeen directeur en Jeroen is coördinator van de basiswerking voor dak- en thuisloze mensen. Aan de hand van 4 vragen geven we jullie graag een beter inzicht in de problematiek van armoede.


1. Wat is armoede?

Armoede gaat over een tekort dat je als individu ervaart om waardevol te leven. Dat tekort kan absoluut zijn of relatief. Van absolute armoede is sprake wanneer mensen leven onder de lage-inkomensgrens en bijvoorbeeld aan het einde van de maand hun vaste kosten niet kunnen betalen, geen geld hebben om maaltijden te kunnen voorzien, onvoldoende kleren hebben, geen toegang tot gezondheidszorg, of geen schoolopleiding kunnen betalen. Het tekort kan zich dus manifesteren op verschillende levensdomeinen zoals huisvesting, onderwijs, werk, gezondheid en cultuur. Sociale armoede betekent dat mensen niet mee kunnen doen aan het normale maatschappelijke leven. Ze hebben bijvoorbeeld geen geld voor een sportclub, voor schoolactiviteiten, voor een uitstapje van de bejaardenvereniging of voor internet. Bij relatieve armoede wordt dat tekort beoordeeld in verhouding met de omgeving.


Een andere indicator om armoede te omschrijven is deprivatie bij kinderen. Daarbij vertrekken we van een aantal vragen. Krijgt het kind elke dag fruit en groenten? Nodigt het soms vriendjes uit thuis? Kan het deelnemen aan schooluitstapjes en -feestjes? Leeft het in een behoorlijk verwarmde woning? Gaat het jaarlijks minstens een week met vakantie? In Europa is een kind gedepriveerd als zijn gezin zich drie of meer van deze zaken niet kan veroorloven. Hoe hoger het aantal zaken waar het kind niet over beschikt, hoe ernstiger de deprivatie. Een 5 studie in opdracht van de Koning Boudewijnstichting over armoede en deprivatie bij Belgische kinderen* geeft aan dat in België ongeveer 15% van de kinderen gedepriveerd is.


Uiteindelijk is het niet zo belangrijk welke definitie je hanteert. Wat wel telt, is hoe je naar armoede kijkt, want dat bepaalt ook de manier waarop je ze bestrijdt. Als beleid gevormd wordt vanuit een individueel schuldmodel, veralgemeningen of vooroordelen, kan dit nooit tot structurele verandering leiden. Het is dan ook cruciaal dat mensen begrijpen dat armoede iets is dat je overkomt. Het is niet iets waar je voor kiest. Het is niet je schuld.


2. De cijfers tonen aan dat het Belgische armoedebeleid faalt. Hoe kan het anders?

De voorbije jaren kregen we de ene crisis na de andere over ons heen. Eerst was er de economische crisis, gevolgd door de gezondheidscrisis, de wooncrisis en nu de energiecrisis. Elke crisis raakt mensen die al in armoede leven, veel harder dan andere mensen.


Het rapport van Decenniumdoelen** toont bijvoorbeeld aan dat de coronapandemie vooral mensen die het al moeilijk hadden, nog dieper de armoede heeft in geduwd. Zo waren het vooral mensen die al een onzeker werkstatuut hadden, die in veel gevallen hun job verloren. De steunmaatregelen van de overheid waren er vooral op gericht om de economie draaiende te houden. Daardoor kwamen ze hoofdzakelijk terecht bij bedrijven en werkende mensen. Wie uit de boot gevallen was, werd niet terug aan boord geholpen.


Die ongelijkheid maakt de kloof tussen zij die het goed hebben en zij die amper kunnen overleven nog groter. Er is een nieuwe groep armen ontstaan. Mensen die tot voor kort nog net de eindjes aan elkaar konden knopen, kunnen dat nu niet meer - door de stijgende vaste kosten bijvoorbeeld. Je ziet ook dat er strikter wordt ingevorderd bij schulden en sneller wordt gesanctioneerd. En daarnaast heb je dan ook nog een groter wordende digitale kloof.


We stellen vast dat de steunmaatregelen om crisissen te bestrijden, ongelijkheid vaak nog meer in de hand werken. Bovendien is de toegang tot overheidsdiensten vaak te moeilijk, zijn steunaanvragen te ingewikkeld en weten mensen vaak niet welke rechten ze hebben.

De systemen die er nu al zijn, zijn een goede zaak, maar ze moeten beter gemaakt worden. Bijvoorbeeld door het leefloon op te trekken boven de Europese armoededrempel, door rechten automatisch toe te kennen, door de huurmarkt te reglementeren en te investeren in de bouw van sociale woningen, door jobs op maat te creëren en inkomens uit laagbetaalde arbeid te doen stijgen, door justitie en administratie toegankelijker te maken, …


Enkel als politieke leiders en het middenveld een prioriteit maken van armoedebestrijding, op alle niveaus, kunnen we er vooruitgang in boeken.


Dat is zeker een grote uitdaging, maar het kan. Sterk voorbeeld hiervan is de oprichting van een Community Land Trust (CLT) in Leuven. Een CLT is een organisatie die grond aankoopt en beheert, samen met de gemeenschap. De CLT wordt eigenaar van de grond, de bewoner eigenaar van de woning. Zo zakt de prijs van een woning. Op die manier wordt wonen weer betaalbaar, ook voor iemand die het niet zo breed heeft.


3. Wat doet CAW Oost-Brabant op het vlak van armoedebestrijding?

Het huidige armoedebeleid zet vooral in op verzachtende, flankerende maatregelen: voedselbedeling, sociale restaurants, zelfhulp, liefdadigheid, buddyprojecten, … Dat aanbod is zeker nodig en nuttig, maar het moet meer zijn. Door enkel de symptomen te bestrijden, pakt men de oorzaken niet aan.


Als CAW staan we in het middenveld. Wij brengen ervaringen uit het werkveld tot bij de beleidsmakers en proberen zo mee het beleid te sturen. Wij komen immers dagelijks in contact met de meest kwetsbaren in onze maatschappij. Daardoor hebben we het recht én de verantwoordelijkheid om uitsluiting en armoede te blijven aankaarten en te benoemen. En om te sensibiliseren tegen onrecht. Wij vertolken de stem van mensen in armoede, van zij die uitgesloten worden uit de samenleving. Het is aan ons om de overheid op hun plicht te wijzen en te zorgen dat armoedebestrijding op de agenda blijft staan.


Als CAW hebben we ook de opdracht om mee oplossingen aan te reiken vanuit diezelfde plek, middenin en samen met alle lagen van die samenleving. We stellen dus structurele veranderingen voor om de kloof tussen de verschillende lagen van de bevolking te dichten. Bovendien kunnen we dat doen door een brug te slaan naar mensen in armoede. We zorgen er niet alleen voor dat ze mee geraken, we geven hen een stem in dat debat, streven ernaar dat er structureel iets verandert aan dat systeem dat mensen in armoede drijft of aan maatregelen die mensen ongelijk behandelen.


In onze hulpverlening komen we voortdurend in contact met individuele armoede, maar vaak liggen maatschappelijk structurele problemen aan de basis. Door die hindernissen aan de verschillende overheden en beleidsmakers te signaleren, proberen we te voorkomen dat ze zich blijven voordoen. We moeten beleidsmakers mee overtuigen te kiezen voor die doelgroep die nu uit de boot valt.


4. In welke mate zijn wij als CAW gericht op mensen in armoede?

Als CAW zijn wij er voor iedereen met om het even welke welzijnsvraag. We kiezen er bewust voor om ons aanbod zo laagdrempelig mogelijk te maken om zo ook de maatschappelijk meest kwetsbare mensen te bereiken.


In onze inloopcentra doen we dat bijvoorbeeld door ook praktische dienstverlening aan te bieden. Mensen kunnen bij ons komen douchen, bijvoorbeeld. Of hun was komen doen. Vaak is dat voor hen de aanleiding om hier binnen te komen en ons aanbod te leren kennen.


Maar we bieden mensen niet alleen ondersteuning en opvang. We zorgen ook dat we nabij zijn, zodat we ons hulpaanbod kunnen binnenbrengen in hun wereld. Daarom gaan we naar hen toe. Onze straathoekwerkers gaan bijvoorbeeld samen op pad met dak- en thuisloze mensen. En binnen ons aanbod preventieve woonbegeleiding gaan we mensen effectief thuis helpen, om te voorkomen dat ze uit hun huis gezet worden. Dat is dus geen bureauwerk, maar het is een van de sterkste werkvormen: echt doordringen tot in het hart van die doelgroep die erg kwetsbaar en vaak ook erg geïsoleerd is. Want alleen zo zien we de echte nood, maar ook de echte kracht van mensen. En alleen zo kunnen we de juiste antwoorden bieden. Dat is pure win-win.


Greet Monstrey

Communicatiemedewerker

CAW Oost-Brabant



* Armoede en deprivatie bij Belgische kinderen. Een vergelijking van de risicofactoren in de drie gewesten en de buurlanden, Anne-Catherine Guio (LISER – Luxembourg Institute of

Socio-Economic Research), Frank Vandenbroucke (Universiteit van Amsterdam), Netwerk voor de analyse EU-SILC (Net-SILC3), een uitgave van de Koning Boudewijnstichting,

Brederodestraat 21, 1000 Brussel, December 2018

** Armoedebarometer 2021 Armoede wordt terug zichtbaar, Decenniumdoelen, Huidevetterstraat 165, 1000 Brussel, www.komafmetarmoede.be, Brussel, 2021