DE EERSTE VRAAG DIE
WE ONS MOETEN STELLEN
IS: WELKE ZORG HEBBEN
MENSEN NODIG?

Etienne Maes

11 okt. 2022




Je had een schitterende academische carrière.

Waarom dan toch terug naar de politiek?

Waarom specifiek opnieuw het departement gezondheidszorg?


Om eerlijk te zijn: ik was echt niet van plan om terug te keren naar de actieve politiek. Maar gezondheidszorg is altijd mijn eerste liefde geweest. Als minister ben je verantwoordelijk

voor een systeem dat ingewikkeld en technisch is, waarin je voortdurend moet hameren op doelmatigheid, maar waar het uiteindelijk altijd draait om zorg voor mensen en om solidariteit.

Een systeem dat gedragen wordt door de inzet van heel veel mensen. Die bijzondere combinatie heeft me altijd enorm aangetrokken. Toen Vooruit-voorzitter Conner Rousseau me in september 2020 vroeg om minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid te worden, heb ik dus niet lang getwijfeld. Toen

Conner me de vraag stelde, was het ook wel duidelijk dat de coronacrisis nog niet voorbij was. Aan de zijlijn je mening geven, als je ook de kans krijgt om zelf verantwoordelijkheid op te nemen, dat zou toch te gemakkelijk geweest zijn. Vandaag leven we opnieuw in een normaal leven, en daar ben ik ook iedereen dankbaar voor. Het is dankzij solidariteit - inspanningen van heel veel mensen - dat we vandaag staan waar we staan.


Hoe heb je de gezondheidszorg in België teruggevonden?


In ons land kunnen we rekenen op een goeie, betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg die we solidair organiseren en financieren. In vele andere landen kijkt men daarnaar op. Maar we mogen niet zelfgenoegzaam zijn: we moeten onze gezondheidszorg versterken. En dat doe je door erin te investeren. Daarom hebben we eerst en vooral de groeinorm - de jaarlijks toegelaten uitgavenstijging in onze gezondheidszorg - fors verhoogd: van 1,5% naar 2,5%.

Daarbovenop investeren we nog heel veel: in extra handen en opleiding, in betere lonen en werkomstandigheden, en in betaalbaarheid om onze zorg maximaal te garanderen voor élke patiënt. Maar je moet ook slim en efficiënt investeren.

Zeker in budgettair krappe tijden geldt dat, maar evenzeer om onze gezondheidszorg op een robuuste manier de toekomst in te loodsen. En dat laatste vergt hervormingen. Want investeren en hervormen gaan hand in hand. En hervormen veronderstelt doelmatigheid. Concreet betekent dat dat

de eerste vraag die we ons moeten stellen altijd moet zijn: welke zorg hebben mensen nodig, waar hebben mensen het meeste nood aan? Om vervolgens het geld - in functie van die

noden - efficiënt in te zetten en dit gericht op het realiseren van gezondheids(zorg)doelstellingen en - bijvoorbeeld - niet op corporatistische belangen. Die mindshift, die beweging, proberen we nu in te zetten met alle stakeholders in de zorg. Dat is fundamenteel, maar ook niet gemakkelijk.


Wat vind je een van je belangrijkste verwezenlijkingen tot nu toe?


Tijdens de voorbije twee jaar hebben we heel veel tijd moeten steken in covid, waardoor belangrijke hervormingen met vertraging zijn opgestart. Intussen zijn toch verschillende belangrijke werven opgestart. De belangrijkste hervormingen, waarin ik echt stappen vooruit wil zetten in het anderhalve jaar dat nog rest, gaan over de ziekenhuizen, de huisartsgeneeskunde en de geestelijke gezondheidszorg. In dit trio hervormingen stop ik nu veel energie. Om de geestelijke gezondheidszorg te versterken, zullen we de komende maanden veel investeren in kinder- en jeugdpsychiatrie, en ook in het beter opvangen van volwassenen in een ernstige crisis. Maar die investering is complementair aan het aanpakken van dé grootste uitdaging waar we voor staan:

veel en veel vroeger mentale problemen opsporen, zodat we maximaal vermijden dat mentale problemen ernstig worden of zelfs ontsporen. Dat is de kern van de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg in de eerste lijn: psychologische zorg behalve betaalbaar, veel toegankelijker en laagdrempelig maken. En zelf naar de mensen toestappen, in plaats van te wachten tot ze komen aankloppen met hun problemen, wat vaak al te laat gebeurt. Dat vergt een nieuwe manier van samenwerken. Niet alleen tussen alle professionals in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook daarbuiten. Met scholen, leerkrachten en ouders bijvoorbeeld. Maar ook met OCMW’s, met CAW’s, of bij de huisarts om signalen vroegtijdig op te pikken en aan te pakken. Iedereen is partner in dit verhaal. Dit betekent ook dat we mentale problemen nog meer uit de taboesfeer moeten halen. Investeren in geestelijke gezondheidszorg én ze hervormen én anders kijken naar mentaal welzijn. Alles gaat hand in hand.


We stellen nu al vast dat sommigen medische zorg uitstellen omdat ze te duur is. Is ons gezondheidssysteem in de toekomst, met onder andere de vergrijzing in het vooruitzicht, betaalbaar?


Gezondheid is ons allerhoogste goed, van onschatbare waarde.

Dat heeft de coronacrisis aangetoond. In het licht van de huidige energiecrisis - en de oplopende facturen voor heel veel mensen - is het des te meer van belang dat gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar is. Het laatste wat je nu wil, is dat mensen moeten inleveren op hun gezondheid, toch? Ik wil er dan ook alles aan doen om die betaalbaarheid te blijven waarborgen. Zowel voor wie financieel kwetsbaar is, als voor mensen uit middengroepen, die het nu hard te

verduren krijgen.


Een voorbeeld daarvan is de maximumfactuur. 665.000 gezinnen worden vandaag geholpen door de maximumfactuur, waarvan 450.000 gezinnen waarin iemand lijdt aan een chronische aandoening. De maximumfactuur zet een plafond (vandaar ‘maximum’) op de som van de remgelden die je moet

betalen voor medische zorgen. Twintig jaar geleden hebben we dit gecreëerd, maar het systeem kan nog altijd verbeterd worden. Zo hebben we dit jaar een bijkomend, laag plafond van 250 euro ingevoerd voor mensen met heel bescheiden inkomens, waardoor zowat 100.000 gezinnen sneller het remgeld terugbetaald krijgen voor hun geneesmiddelen, voor kinebezoeken of voor een ziekenhuisopname. We moeten onderzoeken of nog andere verbeteringen mogelijk zijn, door bepaalde verstrekkingen die nu niet opgenomen zijn in het systeem toch op te nemen, of door de administratie nog te vereenvoudigen.


Een tweede voorbeeld is de derdebetalersregeling die alle zorgverstrekkers in dit land sinds 1 januari mogen toepassen.

Dat wil zeggen dat patiënten enkel het remgeld moeten betalen, en niet moeten voorschieten wat ze later toch terugkrijgen van de ziekteverzekering. Bij een raadpleging bij de huisarts is dat dus 4 euro, en voor wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming 1 euro. De rest van het ereloon wordt rechtstreeks betaald door de ziekenfondsen aan de huisarts. Stel je voor: tot vorig jaar was het voor een aantal medische prestaties nog verboden om de derde betaler toe te passen!

En dat heeft écht een boost gegeven. Huisartsen passen die derdebetalersregeling nu massaal toe. De cijfers zijn zelfs redelijk spectaculair: midden dit jaar werd de derde betaler al toegepast bij 80% van de huisartsenprestaties, tegenover 65% een jaar eerder. Het is nu tijd om daar nog verdere stappen in te zetten, zodat ook kinesitherapeuten, logopedisten, tandartsen en artsen-specialisten de derdebetalersregeling meer toepassen.


Ten derde: zo veel mogelijk zorgverleners moeten de officiële tarieven toepassen, of anders gezegd, werken volgens de conventies. Helaas is de conventionering in een aantal sectoren, bij sommige groepen van artsen-specialisten, in de tandzorg en de kine, sterk gedaald. Ik wil dat iedereen die

betrokken is bij de ziekteverzekering dus nadenkt over de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat meer zorgverleners de conventietarieven toepassen. Ik zal onder meer voorstellen dat men in elk ziekenhuis een scan of radiologisch onderzoek kan ondergaan volgens de officiële tarieven van de conventie, dus zonder supplementen. Er zijn minstens 20 Vlaamse ziekenhuizen waar dat vandaag al niet meer het geval is, waar je dus supplementen moet betalen aan de radioloog. Dat is onaanvaardbaar.


En ten slotte, los van het bevorderen van conventionering, moeten we hoe dan ook de supplementen terugdringen. We hebben reeds een afspraak gemaakt om de maximumtarieven voor de ereloonsupplementen in de ziekenhuizen te bevriezen tot april 2023. De volgende stap is om deze

ereloonsupplementen daadwerkelijk terug te dringen. Ik zal ook voorstellen dat vanaf 2024 specialisten geen supplementen meer mogen vragen aan mensen die recht hebben op de

verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, omdat dat mensen zijn met erg lage inkomens.


Ziekenhuizen spelen een belangrijke rol in de gezondheidssector. Waarom die hervorming?


De ziekenhuishervorming moet een voorbeeld zijn van doelmatig investeren én hervormen. Dat ziekenhuizen op veel domeinen proberen de beste te zijn, is uiteraard een nobel streven. Maar dat dit ertoe leidt dat iedereen alles wil doen, met als gevolg dat we middelen, maar ook expertise verspillen, is nefast voor de kwaliteit van onze gezondheidszorg. Dat dit ertoe leidt dat samenwerking onder druk komt en concurrentie zegeviert, is eveneens nefast. En dus herdenken we de financieringsmechanismen van én binnen onze ziekenhuizen.

We slaan het pad van samenwerking in, en dit vanuit de idee ‘nabije zorg waar mogelijk, gespecialiseerde zorg waar nodig.’ In onze vergrijzende samenleving is het essentieel dat,

bijvoorbeeld, zorg voor oudere patiënten (geriatrie) zo dicht mogelijk bij huis geboden wordt, dus in alle ziekenhuizen. Er is ook zorg die wel in elk netwerk aanwezig moet zijn, maar niet noodzakelijk in alle ziekenhuizen. Dit kan zijn omdat een bundeling van expertise loont, bijvoorbeeld voor een

gespecialiseerde behandeling van een hartinfarct waar één ziekenhuis binnen het netwerk daar dé expert in kan zijn.

Concentratie kan ook nuttig zijn omdat er een permanente beschikbaarheid van veel zorgpersoneel vereist is.

Samengevat: we herorganiseren ons ziekenhuislandschap om elke patiënt de beste zorg te verlenen op het moment en op de plaats waar die beste zorg voorhanden is. Tegelijkertijd willen we overproductie van medische beeldvorming en klinische labo-onderzoeken tegengaan door het financieringssysteem grondig te hervormen.